Voorzitter,
Aan de orde is het vaststellen van de Raadsagenda 2018-2022. GroenLinks doet hier niet aan mee en ik zal proberen uit te leggen waarom. Steeds vaker gaan er stemmen op dat de gemeenteraad vooral als collectief moet worden versterkt en dat zij meer als eenheid moet opereren tegenover het college. Er wordt vaak bepleit dat aan de termen oppositie en coalitie maar een einde moet komen omdat dit de positie van de gemeenteraad ten opzichte van het college zou verzwakken. Noch in de Grondwet als de Gemeentewet komen de termen oppositie en coalitie voor.
In deze visie bestuurt een college de gemeente op grond van een, aan een raadsprogramma ontleent, collegeprogramma en is er dus geen ruimte meer voor politiek gekissebis omdat het college opereert namens alle partijen.
Op zich zou dit wel werkbaar kunnen zijn, maar dan moeten we wel besluiten om de gemeente als partijpolitiek stelsel op te heffen en over te gaan naar een bestuursmodel zoals gebruikelijk is in het bedrijfsleven met een soort van bestuur en een raad van toezicht. De partijpolitieke dimensie is compleet verdwenen en er hoeft bij verkiezingen eigenlijk enkel nog een aanwijzing van toezichthouders gedaan te worden.
GroenLinks vindt dat het in het lokale bestuur juist wel gaat om politieke strijd en niet om institutionele strijd, om te presteren op basis van idealen en oplossingen en niet op basis van procedures, om de blik op de inwoner en niet op elkaar.